Hoge raad doet uitspraak voor onredelijk ontslag
Een werkgever kan bij een voorgenomen ontslag in beginsel kiezen voor de weg via de kantonrechter, of voor de weg via het UWV. In het eerste geval is doorgaans een vergoeding verschuldigd op basis van de kantonrechtersformule. In het tweede geval is geen vergoeding verschuldigd, echter de werknemer kan wel binnen 6 maanden bij de rechter een procedure starten wegens kennelijk onredelijk ontslag.
Indien een beroep op kennelijk onredelijk ontslag wordt gehonoreerd, is de werkgever een schadevergoeding verschuldigd aan de werknemer, die in de praktijk door rechters vaak wordt gerelateerd aan een percentage van de kantonrechtersformule. Hiertegen liep een beroep bij de Hoge Raad.
Op 27 november heeft de Hoge Raad bepaald dat een ontslag via het UWV, zonder dat een schadevergoeding aan de werknemer wordt betaald, niet altijd kennelijk onredelijk is. Of een ontslag kennelijk onredelijk is, is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval en dient derhalve van geval tot geval specifiek onderzocht te worden.
De Hoge raad heeft bovendien bepaald dat de vergoeding bij een kennelijk onredelijk ontslag niet mag worden gekoppeld aan de kantonrechtersformule. Dit omdat deze formule is gebaseerd op billijkheid, terwijl bij kennelijk onredelijk ontslag de vergoeding niet naar billijkheid vastgesteld dient te worden, maar op basis van de geleden schade.
Bron: www.juridischesnelweg.nl





Vacatures